Een hond van Vlaanderen

Nello wordt geboren in Stavelot. Als hij twee jaar oud is, sterft zijn moeder. De kleine jongen wordt toevertrouwd aan zijn grootvader Jehan Daas die in Hoboken woont.

Elke dag voert Nello met zijn grootvader verse melk van de boerderijen naar de burgers in Antwerpen. Op een dag vinden ze een mishandelde trekhond die langs de weg werd achtergelaten. Nello geeft hem de naam ‘Patrasche’. Als het dier weer gezond is, spannen ze hem voor de melkkar.

De jongen en zijn hond worden beste maatjes met Aloïse, het dochtertje van de molenaar. De man is helemaal niet opgetogen met deze vriendschap.

Nello is een begenadigd tekenaar. Als hij de kathedraal van Antwerpen bezoekt, staat hij vol bewondering voor de schilderijen van Rubens. Het maakt hem verdrietig als blijkt dat ‘De kruisoprichting’ en ‘De kruisafneming’ enkel tegen betaling worden getoond.

Op een dag ziet hij in een tekenwedstrijd de kans om zijn talent aan de wereld te tonen. Maar dan sterft grootvader en als de molen afbrandt, krijgt de jongen hiervan de schuld. De mensen mijden Nello en zijn hond en de melk wordt niet meer verkocht.

Nello staat al snel op straat. Als hij verneemt dat hij de tekenwedstrijd niet heeft gewonnen, legt hij zich op kerstavond teleurgesteld neer op de koude vloer van de kathedraal. Hij sterft met Patrasche in de armen terwijl het maanlicht de beroemde werken van Rubens voor zijn ogen ontvouwt.

Marie Louise de la Ramée

‘Een hond van Vlaanderen’ is een novelle van Ouida, pseudoniem van Marie Louise de la Ramée. Zij wordt geboren in Engeland op de eerste dag van 1839 als dochter van een Franse vader en een Engelse moeder.

Ouida schrijft een veertigtal korte romans, verhalen en essays. In haar werken geeft ze kritiek op de politiek en de maatschappij en ze is een gedreven dieren-activiste. Haar publicaties verkopen als zoete broodjes.

In 1871 verlaat Ouida het koude Londen en reist richting Italië. Ze houdt halt in Vlaanderen waar ze geconfronteerd wordt met kinderarbeid en met honden die karren trekken. Ze bezoekt Antwerpen, Mechelen en Leuven, maar haar voorkeur gaat uit naar de stad van Rubens voor wie ze veel bewondering heeft.

Ouida houdt er een flamboyante levensstijl op na. Helaas kan ze haar geld niet goed beheren.
Op 25 januari 1908 overlijdt ze in armoedige omstandigheden.

De reis van het verhaal.

Het verhaal over Nello en Patrasche kent al snel succes in de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea. Het wordt er een vaste waarde in de kinderliteratuur.

In de jaren tachtig van vorige eeuw boomt het toerisme. Antwerpse stadsgidsen worden geconfronteerd met Japanse toeristen op zoek naar Rubens en naar de sporen van de geliefde helden uit hun kindertijd. Zo bereikt het verhaal eindelijk de streek waar Ouida haar inspiratie vond.

In 1985 verschijnt ‘Het Dreigende Dinges’, een stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Hierin laat Paul Geerts de jongen en zijn hond met hun melkkar door Hoboken en Antwerpen zwerven. In datzelfde jaar wordt in Hoboken een standbeeld van Nello en Patrasche opgericht. De sculptuur is van Yvonne Bastiaens naar een ontwerp van Paul Geerts.

De inwoners van Hoboken omarmen de jonge helden liefdevol en kneden hen tot literair-cultureel erfgoed van het district. Een aantal handelszaken draagt de naam van één van beide figuurtjes en er worden ambachtelijke Nello en Patrasche specialiteiten ontwikkeld zoals pralines, bier, kaas, paté en worstjes. Het district Hoboken draagt het silhouet van de jongen en zijn hond in het vaandel.

In 2016 wordt op de Handschoenmarkt een marmeren beeld geplaatst. De Gentse kunstenaar Batist Vermeulen laat er de twee vrienden rusten onder een dekentje van kasseien.

En zo is de cirkel rond. Nello en Patrasche leven in Hoboken en slapen voorgoed in Antwerpen voor de kathedraal die de schilderijen van Rubens herbergt.